Geschiedenis

‘De vele contacten tijdens de Eerste Wereldoorlog versterkte de wil bij de officieren om hun hoedanigheid als ingenieur officieel te laten erkennen.’

De vele contacten die gedurende de Eerste Wereldoorlog gelegd werden tussen Genie- en Artillerieofficieren komende uit de Applicatieschool enerzijds en hun wapenbroeders, de reserveofficieren die uit de universiteiten kwamen, anderzijds, versterkte de wil bij de officieren komende uit de Applicatieschool hun hoedanigheid als ingenieur officieel te laten erkennen.

Onder impuls van de Generaals TOLLEN, VELUT en de toekomstige Algemene Secretaris WIENER, werd een eerste vergadering op 21 februari 1923 gehouden. Deze vergadering omvatte 40 deelnemers. De tweede vergadering, die het volgend jaar gehouden werd, telde reeds 460 deelnemers. De stichting van de AIA kwam goed gelegen om te kunnen deelnemen aan de stichting van een federatie van al de Belgische ingenieursverenigingen die men reeds jaren trachtte te verwezenlijken.

In 1921 had Zijne Majesteit Koning Albert de wens uitgesproken een gebundelde actie der verschillende ingenieursverenigingen te zien. Het Staatshoofd vroeg zich inderdaad af of deze verenigingen in het bedrijfsleven van het land wel de hoge rol vervulden die hun scheen voorbehouden.

Op 29 april 1926 werd de Federatie der Belgische Ingenieursverenigingen (FABI) gesticht door: de Vereniging van Ingenieurs uit de Vrije Universiteit te Brussel, de Vereniging der Ingenieurs uit de Universiteit te Gent, de Vereniging der Ingenieurs gediplomeerd door de Universiteit van Luik, de Unie der Burgerlijke Ingenieurs uit de Katholieke Universiteit te Leuven, de Vereniging der Ingenieurs van de Polytechnische faculteit te Bergen, de Vereniging der electrotechnische Ingenieurs gekomen uit het Instituut voor Elektrotechniek Montefiore, de Vereniging van Ingenieurs afkomstig van de Applicatieschool van de Artillerie en de Genie.

De Algemene Secretaris van de AIA, Majoor WIENER, nam actief deel aan de stichting van de FABI. Eveneens is het grotendeels aan zijn vasthoudendheid en zijn moed te wijten, dat de FABI in 1993 de stemming en verspreiding bekwam van de wet op de bescherming der titels van het hoger onderwijs.

In het eerste artikel van deze wet, gewijzigd door de wet van 9 april 1965, staat :

“Mogen ook de titel van burgerlijk ingenieur dragen zij die met vrucht de studies beëindigden van de oefenschool van de Artillerie en de Genie bij de Koninklijke Militaire School (polytechnische afdeling).”

De AIA bleef de strijd verder voeren, steeds met de doeltreffende hulp van de FABI, om de waarde van de studies van de Koninklijke Militaire School te erkennen door het toekennen van een academische graad. De wet van 11 september 1933 op de bescherming der titels van het hoger onderwijs werd door de wet van 2 oktober 1992 gewijzigd, en sindsdien bekomen de Ingenieurs afkomstig van de Polytechnische Faculteit van de Koninklijke Militaire School de academische graad van “Burgerlijk Ingenieur Polytechnicus”.